infinito

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Italiaans

Telwoord (Italiaans)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027 1030 1033
1036 1039 1042 1045 1048 1051 1054 1057 1060 1063
1066 1069 1099 10100 10303 103003
Uitspraak
Woordafbreking

in·fi·ni·to

Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

infinito m enk

  1. (wiskunde) oneindig,
  2. (filosofie) ondeindig, onbegrensd
enkelvoud meervoud
infinito infiniti

Zelfstandig naamwoord

infinito m

  1. oneindige
  2. (taalkunde) infinitief, onbepaalde wijs


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·fi·ni·to
enkelvoud meervoud
infinito infinitos

Zelfstandig naamwoord

infinito m

  1. het oneindige

Verwijzingen

  enkelvoud meervoud
mannelijk infinito infinitos
vrouwelijk infinita infinitas

Bijvoeglijk naamwoord

infinito

  1. oneindig