schouder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8,
9, 10, 11, 12, 13, 14
15, 16, 17, 18, 19
Uitspraak
Woordafbreking
  • schou·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schouder schouders
verkleinwoord schoudertje schoudertjes

Zelfstandig naamwoord

schouder m

  1. (anatomie) gewricht dat een arm met de romp verbindt
  2. (anatomie) (bij uitbreiding) elk van de bovenste delen van de romp van de hals tot en met het begin van de arm
Afgeleide begrippen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • brede schouders hebben
veel kunnen verdragen
  • de schouders laten hangen
moedeloos zijn
  • elkaar op de schouders slaan
teken van vreugde en enthousiasme
  • het zijn sterke schouders die de weelde kunnen dragen
rijkdom bederft vaak het karakter
  • iemand een schouderklopje geven
iemand een teken van goedkeuring of ondersteuning geven
  • iemand op de schouders nemen
iemand publiekelijk huldigen
  • zijn schouders onder iets zetten
zich voor iets inspannen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
schouderen

schouder

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schouderen
    Ik schouder.
  2. gebiedende wijs van schouderen
    Schouder!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schouderen
    Schouder je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl