onderbuik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·buik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderbuik onderbuiken
verkleinwoord onderbuikje onderbuikjes

Zelfstandig naamwoord

onderbuik m

  1. (anatomie) het gedeelte van de buik dat het dichtste bij de benen is
    De jongen zei tegen de dokter dat de pijn in zijn onderbuik zat.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie