schaap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een kudde schapen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schaap
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘herkauwer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord schaap schapen
verkleinwoord schaapje schaapjes

Zelfstandig naamwoord

schaap o

  1. (dierkunde) Ovis aries op Wikispecies, een holhoornige herkauwer waarvan de gedomesticeerde soort wol levert
    • De meeste kinderboerderijen houden ook schapen. 
Hyponiemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Typische woordcombinaties
  • een kudde schapen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Als de herder verdwaalt dolen de schapen
als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten
  • Als er een schaap over de dam is, volgen er meer
als er de eerste stap is gezet is het voor een ander niet moeilijk meer om die ook te maken en volgt de rest vanzelf
  • De bokken van de schapen scheiden
De goeden apart van de kwaden zetten of een scheiding maken tussen goede en slechte mensen ofwel: Een scheiding maken tussen mannen en vrouwen ofwel: Een scheiding maken tussen mensen die iets durven of kunnen ten opzichte van anderen.
  • Er gaan veel makke schapen in een hok
wanneer iedereen rustig blijft, passen veel mensen in dezelfde ruimte
  • Het verloren schaap (zijn)
de gezochte (zijn)
  • Het zwarte schaap zijn
totaal anders dan de rest ofwel: iemand die altijd de schuld krijgt
  • Schapen met bokken verdelen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen