dañvad

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Bretons

Uitspraak
  • IPA: /ˈdãː.vat/
Woordherkomst en -opbouw
  • (erfwoord): Uit Middelbretons dauat, uit Brythonisch *damatos, bij de Indo-Europese vorm *demh₂-eto- of *dm̥h₂-eto-, een afleiding van de wortel *demh₂- ‘tam, temmen’, waaruit Bretons doñv ‘tam’ en Oudiers damnaid ‘tam maken’. Verwant met Cornisch davas, Welsh dafad en Oudiers dam ‘os’.
enkelvoud meervoud
naamwoord   dañvad     deñved  

Zelfstandig naamwoord

dañvad m

  1. (dierkunde) schaap