бабушка

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Russisch

Uitspraak
enkelvoud meervoud
nominatief ба́бушкa ба́бушки
genitief ба́бушки ба́бушек
datief ба́бушке ба́бушкам
accusatief ба́бушку ба́бушек
instrumentalis ба́бушкой ба́бушками
locatief ба́бушке ба́бушках


Woordafbreking

ба́-буш-ка

Zelfstandig naamwoord

бабушка v

  1. grootmoeder, oma
    «Моя бабушка по материнской линии.»
    Mijn oma van moederskant.
  2. oude vrouw
  3. oud wijf, dat overal een mening over heeft