zojuist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zo·juist
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

zojuist

  1. korte tijd geleden
    • Ik heb dat zojuist op de post gedaan. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.