lessen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • les·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lessen
leste
gelest
zwak -t volledig

Werkwoord

lessen

  1. overgankelijk met vocht de dorst beëindigen
    • De regen leste eindelijk de dorst van het wanhopige wild. 
  2. inergatief les nemen
    • In welke auto heb jij gelest? 

Zelfstandig naamwoord

lessen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord les

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie