hemelsnaam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·mels·naam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hemelsnaam -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hemelsnaam m

  1. in ~: bijwoordelijke uitdrukking die verbijstering, ontzetting of wrevel uitdrukt
    • Wat kun je daar in hemelsnaam aan doen! 
    • Die overwerkte hoteldirecteur. Laat hij het toch rustig aan doen. Laat iedereen het in 's hemelsnaam wat rustiger aan doen hier. [1] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Sandes, David De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 219