hemelpoort

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·mel·poort
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hemelpoort hemelpoorten
verkleinwoord hemelpoortje hemelpoortjes

Zelfstandig naamwoord

hemelpoort v / m

  1. (figuurlijk) poort die toegang geeft tot de hemel (beide denkbeeldig)
    • Veel moppen beginnen met: "Petrus doet de hemelpoort open"... 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.