hemels

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·mels
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van hemel met het achtervoegsel -s
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen hemels hemelser hemelst
verbogen hemelse hemelsere hemelste
partitief hemels hemelsers -

Bijvoeglijk naamwoord

hemels [1]

  1. afkomstig van de hemel of zich daarin bevindend
  2. schitterend
     Drie nachten bleef ik in deze hemelse tuin en genoot van films en gesprekken met de andere hikers.[2]
  3. (van gerechten) lekker, zalig, verrukkelijk, heerlijk
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

hemels mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord hemel
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be