lamshaas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lams·haas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lamshaas lamshazen
verkleinwoord lamshaasje lamshaasjes

Zelfstandig naamwoord

lamshaas m

  1. (voeding) mals vlees afkomstig van de rugspieren in de lende van een jong schaap
     Bestrooi de lamshaasjes met zout en peper en leg ze naast elkaar op het rooster van de rookoven.[1]
     Doe de lamshaas in de pan en bak hem in circa 6 minuten rosé onder regelmatig omdraaien.[2]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 4 februari 2022 Weblink bron Kim Maclean “Salade met gerookte lamshaas” (3 februari 2005) op nrc.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 4 februari 2022 Weblink bron Kim Maclean “Warme lamsvleessalade” (11 juli 1994) op nrc.nl