paashaas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • paas·haas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord paashaas paashazen
verkleinwoord paashaasje paashaasjes

Zelfstandig naamwoord

paashaas m

  1. een haas die met Pasen snoep rondbrengt,
    ook een stuk snoep in de vorm van een haas
Vertalingen

Meer informatie