congregatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·gre·ga·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kerkelijke vereniging’ voor het eerst aangetroffen in 1893 [1]
  • afgeleid van het Franse congrégation [2]
  • afgeleid van het Latijnse grex (kudde, gezelschap) met het voorvoegsel con- en met het achtervoegsel -atie [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord congregatie congregaties
congregatiën
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

congregatie v [4]

  1. kloostercongregatie
  2. (religie) kerkelijke vereniging van leken, tot het houden van godsdienstoefeningen
  3. bestuurscollege binnen de Romeinse curie met een bepaalde taak
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen