gemeentelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·meen·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gemeentelijk gemeentelijker gemeentelijkst
verbogen gemeentelijke gemeentelijkere gemeentelijkste
partitief gemeentelijks gemeentelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

gemeentelijk

  1. de gemeente betreffend
    Wanorde bij toezichthouder gemeentelijke financiën. [1]
Hyponiemen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. www.parool.nl