baptistengemeente

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bap·tis·ten·ge·meen·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord baptistengemeente baptistengemeenten
baptistengemeentes
verkleinwoord baptistengemeentetje baptistengemeentetjes

Zelfstandig naamwoord

baptistengemeente v

  1. (religie) geloofsgemeenschap van baptisten
    • De predikanten De Lange (hervormde kerk), Van den Hout (gereformeerde kerk) en Wittmer (baptistengemeente) leiden de dienst. Van den Hout houdt de preek, waarin hij vertelt dat hij drie jongens heeft - alle drie op de basisschool - en dat ze het thuis wel eens 'gezellig' maken. [1] 

Gangbaarheid

Verwijzingen