Naar inhoud springen

wethouder

Uit WikiWoordenboek
  • wet·hou·der
  • In de betekenis van ‘lid van dagelijks bestuur van gemeente’ voor het eerst aangetroffen in 1440 [1]
  • samenstelling van  wet  en  houder 
enkelvoud meervoud
naamwoord wethouder wethouders
verkleinwoord wethoudertje wethoudertjes

dewethouderm

  1. (beroep) een lid van het dagelijkse uitvoerende bestuur van een Nederlandse gemeente
    • Er zijn al sinds 1813 wethouders in Nederland. 
     Wethouder Scholtes besluit zijn raadsbrief met het temperen van verwachtingen. Hij stelt dat de gemeente "streeft naar een duurzame vermindering van het aantal meldingen van overlast", maar zegt ook dat "de aantallen ratten niet van vandaag op morgen kleiner zullen worden".[2]
     De gemeente Den Haag is tevreden. Wethouder Robert Barker (Partij voor de Dieren) noemt de uitspraak een duurzame mijlpaal. "Deze uitspraak laat zien dat gemeenten niet machteloos zijn, maar wel degelijk instrumenten hebben om de klimaatcrisis aan te pakken."[3]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. "wethouder" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 19 april 2025 Weblink bron “Extra geld voor rattenbestrijding Amsterdam, maar 'rat hoort nu eenmaal in de stad'” (18 april 2025), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 25 april 2025 Weblink bron “Den Haag krijgt gelijk van de rechter: verbod op fossiele reclames mag” (25 april 2025), NOS
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be