echt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • echt
enkelvoud meervoud
naamwoord echt
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

echt m

  1. de huwelijkse staat
    • In de echt verbonden. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen echt echter echtst
verbogen echte echtere echtste
partitief echts echters -

Bijvoeglijk naamwoord

echt

  1. waarachtig, juist, niet vervalst, authentiek
    • Dit zijn echte parels. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Vertalingen

Bijwoord

echt

  1. heus (om de stelligheid van een bewering te benadrukken)
    • Hij zingt echt mooi 
  2. dat is echt ....:typisch

Werkwoord

vervoeging van
echten

echt

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van echten
  2. gebiedende wijs van echten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen