echte
Uiterlijk
- ech·te
- echt met de uitgang -e
echte
- verbogen vorm van de stellende trap van echt
- ▸ Bij zonsopkomst bleken de enige echte bewijzen van wat er was gebeurd het geraamte van de kerk en het zwarte skelet van de finca van don Alfonso te zijn.[1]
- ▸ Als ze eerlijk was, moest ze erkennen dat ze pas hier het gevoel had dat ze echt leefde, juist omdat de mogelijkheid van een echte dood zo nabij was.[1]
- ▸ Had Teresa tot nu toe gezwegen om haar te beschermen, of had het haar een gevoel van macht gegeven iets te weten wat Olive niet wist? Hadden ze haar allemaal achter haar rug uitgelachen om haar verliefdheid op haar Boris Mon-Amour? Het was beter geweest als Isaac voor haar gewoon een romanfiguur was gebleven, een man in haar fantasie, en niet het monster dat ze in het echte leven had geschapen.[1]
| vervoeging van |
|---|
| echten |
echte
- aanvoegende wijs van echten
- Het woord echte staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- 1 2 3 Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704