typisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ty·pisch
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van type met het achtervoegsel -isch
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen typisch typischer
verbogen typische typischere
partitief typisch typischers -

Bijvoeglijk naamwoord

typisch

  1. vreemd, eigenaardig
    • Hij gedraagt zich de laatste tijd heel typisch. 
  2. kenmerkend.
    • Dat is nou een typisch geval van onoplettendheid. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.