echter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak


Woordafbreking
  • ech·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘nevenschikkend voegwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1641 [1]

Voegwoord

echter

  1. een beperkende tegenwerping, introduceert een zin(sdeel) dat het voorgaande zin(sdeel) beperkt
    • Hij beweerde dat paarden vijf poten hebben. Dit bleek echter niet te kloppen. 
    • Het leek erop dat hij ernstig gewond was. De volgende dag echter zag ik hem alweer door de stad fietsen. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

echter

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van echt

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen