Naar inhoud springen

authentiek

Uit WikiWoordenboek
  • au·then·tiek
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘oorspronkelijk’ voor het eerst aangetroffen in 1451 [1]
  • afgeleid van het Franse authentique (met het achtervoegsel -iek) [2] [3]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen authentiekauthentiekerauthentiekst
verbogen authentiekeauthentiekereauthentiekste
partitief authentieksauthentiekers-

authentiek

  1. gelijk aan het origineel, gelijk hoe iemand echt is
    • Dit is een authentieke vaas. 
    • Hij had echte authentiek emoties. 
  2. echt en betrouwbaar
    • Ik was blij met de authentieke uitvoeringspraktijk. 
     'Maar we beschikken over een authentiek telegram van een kunstverzamelaarster van wereldformaat waarin het wordt aangekondigd als zusterstuk van een van de belangrijkste uit Spanje afkomstige schilderijen van deze eeuw, dat zich nu in de Guggenheim-collectie in Venetië bevindt.[4]

authentiek

  1. gelijk aan het origineel, gelijk hoe iemand echt is
     Om het zo authentiek mogelijk te maken, werd er in de machinekamer een kunstmatige eb en vloed gecreëerd.[5]
     Er werd gefilmd vanuit een helikopter, wat het geheel zowel authentieker als luguberder maakte.[5]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]