rasecht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

juun als rasrecht Zeeuws woord
Uitspraak
Woordafbreking
  • ras·echt
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rasecht rasechter rasechtst
verbogen rasechte rasechtere rasechtste
partitief rasechts rasechters -

Bijvoeglijk naamwoord

rasecht [1]

  1. (biologie) zuiver van ras
  2. (figuurlijk) heel precies een bepaald type vertekenwoordigend
    • Een mooie mix van rasechte Tukkers en Randstedelingen had mazzel: mooi weer en een behoorlijk lange vlucht, pardon: vaart. Waar met name de piloten van wat exotisch gevormde ballons, van pelikaan tot berenmuts, het soms al na een half uurtje voor gezien hadden, voer Bos zo'n anderhalf uur door. Via Weerselo, Albergen en Mariaparochie ging het naar Vriezenveen, waar met een ferme bons in een weiland aan de Westerveenweg werd geland. [2] 
    • Ze krijgen een prachtige dochter, Maybelle en hun leven lijkt een sprookje, tot Maybelle 6 jaar oud is en ziek wordt. Rasecht melodrama, waarin Van Groeningen (De helaasheid der dingen, Belgica) niet wegloopt voor de donkerste kanten van het leven. [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia Martin Ruesink 24-augustus-2017
  3. Volkskrant Kevin Toma 1 juli 2017