echtscheiding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Schilderij De Echtscheiding.
Uitspraak
Woordafbreking
  • echt·schei·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord echtscheiding echtscheidingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

echtscheiding v

  1. (juridisch) (familie) formele verbreking van een huwelijksband
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie