doorboren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • door·bo·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorboren
doorboorde
doorboord
zwak -d volledig

Werkwoord

doorbóren

  1. overgankelijk een scherp voorwerp geheel door iets heen steken.
    • De lans doorboorde hem en hij sneuvelde. 
Verwante begrippen
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorboren
boorde door
doorgeboord
zwak -d volledig

Werkwoord

dóórboren

  1. inergatief het boren voortzetten.
    • Ze zijn boven bezig met verbouwen en ze boren maar door; ik word er horendol van! 
  2. overgankelijk boren tot men de andere zijde bereikt heeft.
    • Spotgaten worden normaal niet volledig doorgeboord. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.