beeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
beeld [1]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beeld
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘afbeelding, voorstelling’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord beeld beelden
verkleinwoord beeldje beeldjes

Zelfstandig naamwoord

beeld o

  1. driedimensionaal kunstwerk
    • Beelden kunnen gemaakt zijn van steen, metaal of keramiek. 
  2. visualisering: ergens een beeld van hebben
    • Doormiddel van een 3D-animatie kregen we een duidelijk beeld van het nieuwe station. 
     Ze deed een poging om in het zwarte gat van haar geheugen beelden op te diepen.[3]
  3. stilstaand beeld uit een bewegende film: achttien beelden per seconde
    • Een stilstaand beeld uit een film noemen we een still. 
  4. beschrijving
     De les die ik kreeg was dat ik door het reizen een echt eerlijk beeld kon ontwikkelen door zelf met de lokale bevolking te spreken en om te gaan.[4]
    • Hij besprak de situatie in het vluchtelingenkamp en kon er een goed beeld van geven. 
  5. een vertekend beeld van geven: iets zo beschrijven dat het meer in overeenstemming is met je eigen mening dan met de werkelijkheid
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
beelden

beeld

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beelden
    • Ik beeld. 
  2. gebiedende wijs van beelden
    • Beeld! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beelden
    • Beeld je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen