beeld

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
beeld [1]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beeld
Woordherkomst en -opbouw

[1]

enkelvoud meervoud
naamwoord beeld beelden
verkleinwoord beeldje beeldjes

Zelfstandig naamwoord

beeld o

  1. driedimensionaal kunstwerk
    • Beelden kunnen gemaakt zijn van steen, metaal of keramiek. 
  2. visualisering: ergens een beeld van hebben
    • Doormiddel van een 3D-animatie kregen we een duidelijk beeld van het nieuwe station. 
  3. stilstaand beeld uit een bewegende film: achttien beelden per seconde
    • Een stilstaand beeld uit een film noemen we een still. 
  4. beschrijving
    • Hij besprak de situatie in het vluchtelingenkamp en kon er een goed beeld van geven. 
  5. een vertekend beeld van geven: iets zo beschrijven dat het meer in overeenstemming is met je eigen mening dan met de werkelijkheid
    • De politicus gaf een vertekend beeld van de discussie. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
beelden

beeld

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beelden
    • Ik beeld. 
  2. gebiedende wijs van beelden
    • Beeld! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beelden
    • Beeld je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen