beeldrijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beeld·rijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen beeldrijk beeldrijker beeldrijkst
verbogen beeldrijke beeldrijkere beeldrijkste
partitief beeldrijks beeldrijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

beeldrijk

  1. met veel uitingen via beelden
    • Sommige mensen hebben een heel beeldrijk taalgebruik. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be