afgodsbeeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Het Gouden Kalf als afgodsbeeld
Uitspraak
Woordafbreking
  • af·gods·beeld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afgodsbeeld afgodsbeelden
verkleinwoord afgodsbeeldje afgodsbeeldjes

Zelfstandig naamwoord

afgodsbeeld o [1]

  1. (pejoratief) een beeld van een 'valse' god; een beeld dat men goddelijke eigenschappen toedicht
    • De vondsten werden gedaan bij opgravingswerkzaamheden voor de nieuwbouw voor het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie, meldt de gemeente. Het gaat om potjes, scherven een houten afgodsbeeld, een hertengewei en verkleuringen in de grond door haardkuilen.[2] 
    • De personificatie van het recht draagt een sari, een traditioneel kledingstuk uit Bangladesh en de omliggende landen. Desondanks is het beeld tegen het zere been van de zwartekousenmoslims in Bangladesh, want volgens hen is het een afgodsbeeld.[3] 
    • Een idool is volgens de Van Dale een afgod, een afgodsbeeld of een aanbeden figuur.[4] 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen