beeldspraak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beeld·spraak
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord beeldspraak -
verkleinwoord - -
2 enkelvoud meervoud
naamwoord beeldspraak beeldspraken
verkleinwoord beeldspraakje beeldspraakjes

Zelfstandig naamwoord

beeldspraak m/v

  1. (taalkunde) het uiten van een gedachte of begrip met beelden
    • Leg uit wat er is en geef ons niet zo'n vage beeldspraak. 
  2. een troop, een figuurlijke uitdrukking
    • In die tekst zaten allerlei soorten beeldspraken. 
    • De minister zei dat Nederland "overspoelt" wordt door vreemdelingen is een vorm van beeldspraak want alleen vloeistoffen kunnen spoelen en vreemdelingen zijn geen vloeistof. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie