beeldig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beel·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van beeld met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen beeldig beeldiger beeldigst
verbogen beeldige beeldigere beeldigste
partitief beeldigs beeldigers -

Bijvoeglijk naamwoord

beeldig

  1. mooi alsof het een plaatje is
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be