beeldig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beel·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van beeld met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen beeldig beeldiger beeldigst
verbogen beeldige beeldigere beeldigste
partitief beeldigs beeldigers -

Bijvoeglijk naamwoord

beeldig

  1. mooi alsof het een plaatje is
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.