totaalbeeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • to·taal·beeld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord totaalbeeld totaalbeelden
verkleinwoord totaalbeeldje totaalbeeldjes

Zelfstandig naamwoord

totaalbeeld o

  1. een compleet overzicht
    • De schuldhulpverlener maakt een totaalbeeld van alle schulden en bezittingen van zijn of haar cliënt. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.