spiegelbeeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Spiegelbeelden van decoratieve vazen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spie·gel·beeld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spiegelbeeld spiegelbeelden
verkleinwoord spiegelbeeldje spiegelbeeldjes

Zelfstandig naamwoord

spiegelbeeld o

  1. door een spiegel of spiegelend vlak teruggekaatst beeld
     'Meneer, het zou kunnen dat ik inderdaad iets heb vernomen van de geruchten waar u op zinspeelt. Maar als die verhalen kloppen, zou er mijns inziens sprake zijn van een plaag van blindheid. Prins Henry zou toch blind hebben moeten zijn om zijn aanbedene niet te herkennen, of om een lelijk meisje aan te zien voor een ongeëvenaarde schoonheid? En mijn dochters zouden wel blind hebben moeten zijn voor hun spiegelbeeld en voor de blik in de ogen van degenen die hen aankijken...'[1]
  2. afbeelding die omgekeerd is aan het origineel
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Danielle Teller (vert. Marja Borg) “Er was eens iets anders” (2018), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789026346477
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be