airbrush

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • air·brush
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord airbrush airbrushes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

airbrush m

  1. verfspuit die de verf zeer fijn verdeeld opbrengt

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
airbrushen

airbrush

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van airbrushen
    • Ik airbrush. 
  2. gebiedende wijs van airbrushen
    • Airbrush! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van airbrushen
    • Airbrush je? 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.