look

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

(heteroniem)

Woordafbreking
  • look
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘stijl in bv. kleding’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1974 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord look looks
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

look m

  1. de stijl in mode en uitstraling
    • Die nieuwe look staat je erg goed! 
Hyponiemen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord look loken
verkleinwoord lookje lookjes

Zelfstandig naamwoord

look m of o

  1. een lelieachtige plant van het geslacht Allium op Wikispecies waartoe o.a. knoflook en uien behoren
Anagrammen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
luiken

look

  1. enkelvoud verleden tijd van luiken
    • Ik look. 
    • Jij look. 
    • Hij, zij, het look. 

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

vervoeging
onbepaalde wijs to  look 
he/she/it  looks 
verleden tijd  looked 
voltooid
deelwoord
 looked 
onvoltooid
deelwoord
 looking 
gebiedende wijs  look 

Werkwoord

look

  1. kijken


Veluws

Zelfstandig naamwoord

look

  1. look