wijs

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wijs
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen wijs wijzer wijst
verbogen wijze wijzere wijste

Bijvoeglijk naamwoord

wijs

  1. van groot inzicht getuigend [1]
Verwante begrippen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord wijs wijzen
verkleinwoord wijsje wijsjes

Zelfstandig naamwoord

wijs m

  1. (muziek) een melodie
  2. (taalkunde) grammaticale categorie waarmee de relatie wordt aangegeven tussen een werkwoord en de werkelijkheid, modus
  3. wijze, manier [2]
Hyponiemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • iemand van de wijs brengen
iemand verwarren
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
wijzen

wijs

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wijzen
    Ik wijs.
  2. gebiedende wijs van wijzen
    Wijs!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wijzen
    Wijs je?
Afgeleide begrippen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl