airbag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • air·bag
enkelvoud meervoud
naamwoord airbag airbags
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

airbag v/m

  1. (techniek) systeem in voertuigen waar bij een botsing snel een zak wordt opgeblazen ter bescherming van de inzittenden
    Na de botsing klapten de airbags open.
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van air ("lucht") en bag ("zak").
enkelvoud meervoud
airbag airbags

Zelfstandig naamwoord

airbag

  1. airbag
Schrijfwijzen