woord

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken
woorden in een woordenboek

Inhoud

Nederlands

Woordherkomst en -opbouw
  • Proto-Germaans; *wurða- (wurdan)
  • Proto-Indo-Europees *werə- (were-) (spreken)

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord woord woorden
verkleinwoord woordje woordjes

Lettergrepen
  • woord (enkelvoud) / woor·den (meervoud)
  • woord·je (enkelvoud) / woord·jes (meervoud)

Zelfstandig naamwoord

het woord o

  1. taalkunde; spraakklank of betekeniseenheid die bestaat uit minimaal één vrij morfeem en minimaal nul gebonden morfemen
    in het woordenboek vindt men de betekenis van een woord.
  2. belofte
    de koning kwam zijn belofte na en hield woord.
  3. biologie; mannetjeseend m (ook: woerd)
    de mannelijke wilde eend, de woord, kenmerkt zich door de glanzende groene kop en het grijze en bruine lijf.
  4. theologie; het woord van god of de inhoud van de bijbel
    in den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. (Johannes 1:1-18)
  5. informatica; de natuurlijke eenheid van informatie voor een bepaalde computerarchitectuur.
  6. dictie; de manier om iets uit te spreken.
  7. taalkunde; in de orthografie een rij schrifttekens die door spaties of leestekens worden afgegrensd.

Vertalingen

Synoniemen

Antoniemen

Afgeleide begrippen

Verwante begrippen

Verwijzingen

Spreekwoorden

Meer informatie


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

woord - woord o ; psychologisch-taalkundige eenheid die bestaat uit minimaal één vrij morfeem en minimaal nul gebonden morfemen

Zie ook

Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen