bijbel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bij·bel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bijbel | bijbels |
| verkleinwoord | bijbeltje | bijbeltjes |
Zelfstandig naamwoord
bijbel m
- een exemplaar van de originele Bijbel
- Hij heeft thuis altijd twee bijbels liggen.
- (figuurlijk) grote passie
- De muziek van de Beatles was zijn bijbel.
- (techniek) een werktuig voor het maken van vuurpijlen
Vertalingen
1. een exemplaar van de originele Bijbel
Meer informatie
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.