eed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eed eden
verkleinwoord eedje eedjes
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord eed ediem
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

eed m

  1. een plechtige verzekering dat men de waarheid spreekt of een belofte zal nakomen
    Hij legde een eed af.
  2. (Jiddisch-Hebreeuws) getuige
Verwijzingen
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord eed ede

Zelfstandig naamwoord

eed

  1. eed