rangtelwoord
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rang·tel·woord
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rangtelwoord | rangtelwoorden |
| verkleinwoord | rangtelwoordje | rangtelwoordjes |
Zelfstandig naamwoord
rangtelwoord o
- (grammatica) een telwoord dat een rangorde of volgorde aanduidt
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een telwoord dat een rangorde of volgorde aanduidt