god

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • god
enkelvoud meervoud
naamwoord god goden
verkleinwoord godje godjes

Zelfstandig naamwoord

god m

  1. hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid.
    De god van de zee, de god van de oorlog.
    Waren de goden kosmonauten?
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
god gods

Zelfstandig naamwoord

god

  1. god; hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid.

Sloveens

Zelfstandig naamwoord

god

  1. naamdag; dag waarop een heilige wordt herdacht.
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/god"
Persoonlijke instellingen