waard

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[3] Een waard, woerd of woord.

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waard
enkelvoud meervoud
naamwoord waard waarden
verkleinwoord waardje waardjes

Zelfstandig naamwoord

waard

  1. m (beroep) de baas van een herberg of van een taveerne
  2. v/m (aardrijkskunde) vlak land in een rivierengebied
  3. m (dierkunde) nevenvorm van "woerd" mannetjeseend
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

stellend
onverbogen waard
verbogen waarde

Bijvoeglijk naamwoord

waard

  1. predicatief: ~ zijn in geld uitdrukbaar zijn
    Dat huis is veel minder waard geworden.
  2. predicatief: ~ zijn anders dan financieel zijn belang hebben
    Hij is wel wat beter maar nog steeds niet veel waard.
  3. geacht, beste
    Waarde landgenoten!
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen