waard

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[3] Een waard, woerd of woord.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waard
enkelvoud meervoud
naamwoord waard waarden
verkleinwoord waardje waardjes

Zelfstandig naamwoord

waard

  1. m (beroep) de baas van een herberg of van een taveerne [1]
  2. v/m (aardrijkskunde) vlak land in een rivierengebied, (uiterwaard) [2]
  3. m (dierkunde) nevenvorm van "woerd" mannetjeseend [3]
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

stellend
onverbogen waard
verbogen waarde

Bijvoeglijk naamwoord

waard [4] [5]

  1. predicatief: ~ zijn in geld uitdrukbaar zijn
    Dat huis is veel minder waard geworden.
  2. predicatief: ~ zijn anders dan financieel zijn belang hebben
    Hij is wel wat beter maar nog steeds niet veel waard.
  3. geacht, beste
    Waarde landgenoten!
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. Woordenboek der Nederlandse taal