tegenwoordig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- te·gen·woor·dig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | tegenwoordig | tegenwoordiger | meest tegenwoordig |
| verbogen | tegenwoordige | tegenwoordigere | meest tegenwoordige |
Bijvoeglijk naamwoord
tegenwoordig
- betreffende de huidige tijd, huidig
- aanwezig
Vertalingen
1. huidig