gelofte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·lof·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het deelwoord van geloven met het achtervoegsel -te.
enkelvoud meervoud
naamwoord gelofte geloftes, geloften
verkleinwoord geloftetje geloftetjes

Zelfstandig naamwoord

gelofte v

  1. een plechtige verklaring iets voortaan te zullen doen of na te zullen laten
    Bij zijn toetreden tot de orde legde hij een gelofte van armoede af .
Vertalingen