begrip

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·grip
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord begrip begrippen [2]
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

begrip o

  1. het verstaan of begrijpen van iets.
    We zijn hiermee duidelijk tot een beter begrip van de zaak gekomen.
  2. datgene wat men ergens onder verstaat of hoe men iets kent.
    Wikipedia en WikiWoordenboek zijn nog vrij nieuwe begrippen, maar zij hebben snel bekendheid gekregen.
Synoniemen
Vertalingen


Limburgs

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Nederlands.

Zelfstandig naamwoord

begrip o

  1. (Hooglimburgs) begrip.
Verbuiging
enkelvoud meervoud
geheel gemuteerd verkleind gemuteerd verkleind geheel gemuteerd verkleind gemuteerd verkleind
nominatief begrip - begripke - begripper - begripkes -
genitief begrips - begripkes - begripper - begripkes -
locatief begrippes - begrippeske - begrippese - begrippeskes -
datief begrippe - begripke - begripper - begripkes -
accusatief begrip - begripke - begripper - begripkes -
Persoonlijke instellingen