verantwoordelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·ant·woor·de·lijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | verantwoordelijk | verantwoordelijker | verantwoordelijkst |
| verbogen | verantwoordelijke | verantwoordelijkere | verantwoordelijkste |
| partitief | verantwoordelijks | verantwoordelijkers | - |
Bijvoeglijk naamwoord
verantwoordelijk
- iets met extra verplichtingen of moeilijkheden om het goed te laten lopen
- Hij doet verantwoordelijk werk als chirurg.
Vertalingen
1. iets met extra verplichtingen of moeilijkheden om het goed te laten lopen
Bijwoord
verantwoordelijk
- er op aangesproken kunnen worden als het niet goed gaat
- Niemand voelde zich verantwoordelijk om voor de kleine kinderen te zorgen.
1. er op aangesproken kunnen worden als het niet goed gaat