belofte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·lof·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Oude afleiding van het voltooid deelwoord van beloven met het achtervoegsel -te.
enkelvoud meervoud
naamwoord belofte beloftes, beloften
verkleinwoord beloftetje beloftetjes

Zelfstandig naamwoord

belofte v

  1. een mondelinge of schriftelijke verklaring waarin men iets belooft
    Belofte maakt schuld.
Vertalingen