informatica

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·for·ma·ti·ca

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord informatica -
verkleinwoord - -

informatica v

  1. (wetenschap) de leer van de mechanische verzameling en verwerking van informatie.
    Ik studeer al twee jaar informatica aan de Universiteit Leiden.
Synoniemen
Vertalingen


Italiaans

Zelfstandig naamwoord

informatica v

  1. informatica v.
Persoonlijke instellingen