vrij

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
IPA: /vrɛɪ/

Lettergrepen
  • vrij
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vrij vrijer vrijst
verbogen vrije vrijere vrijste

Bijvoeglijk naamwoord

vrij
  1. ongebonden, niet in beweging beperkt

Vertalingen

Werkwoord

vrij
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd en gebiedende wijs van vrijen
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen