vrij

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrij
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vrij vrijer vrijst
verbogen vrije vrijere vrijste

Bijvoeglijk naamwoord

vrij

  1. ongebonden, niet in beweging beperkt.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
vrijen

vrij

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vrijen
    Ik vrij.
  2. gebiedende wijs van vrijen
    Vrij!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vrijen
    Vrij je?
Persoonlijke instellingen