vrijheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vrij·heid
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vrijheid | vrijheden |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
vrijheid v
- het vrij zijn.
- In Nederland is er vrijheid van meningsuiting.
- een privilege.
- Hij kreeg de vrijheid om zich artistiek te uiten.
Vertalingen
1. het vrij zijn