vrijheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vrij·heid
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vrijheid | vrijheden |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
vrijheid v
- het vrij zijn
- In Nederland is er vrijheid van meningsuiting.
- een privilege
- Hij kreeg de vrijheid om zich artistiek te uiten.
- (sport) een klein zeiljacht, gebouwd volgens de specificaties van de eenheidsklasse
- Een vrijheid was een houten jacht, maar wordt nu ook van polyester gemaakt.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
- clipper, draak, pampus, randmeer, regenboog, schakel, soling, spanker, stern, tempest, tornado, valk, zestienkwadraat