vrijheid

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrij·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van vrij met het achtervoegsel -heid.
enkelvoud meervoud
naamwoord vrijheid vrijheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vrijheid v

  1. het vrij zijn.
    In Nederland is er vrijheid van meningsuiting.
  2. een privilege.
    Hij kreeg de vrijheid om zich artistiek te uiten.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen